Strengere regels voor brandveiligheid van stallen
Vanaf 1 januari gelden er strengere regels t.a.v. de brandveiligheid van nieuwe stallen. De volgende aanpassingen worden in een nieuwe versie van het bouwbesluit doorgevoerd:
Er wordt in de categorie “lichte industrie” uit het Bouwbesluit een aparte subcategorie voor het “bedrijfsmatig houden van dieren” geintroduceerd. Voor deze nieuwe subcategorie gelden de volgende aanvullende eisen:
- Bij nieuwbouw moet de technische ruimte minimaal 60 minuten brandwerend zijn. Een brand ontstaat vaak in deze ruimte door o.a. kortsluiting;
- Bij nieuw- en verbouw moeten constructieonderdelen van en aankleding in stallen tenminste voldoen aan brandklasse B. Een brand kan zich in een stal vaak snel uitbreiden via deze onderdelen of aankleding.
Er komt geen verdere beperking van de oppervlakte van een brandcompartiment. Een stal mag dus nog steeds de volgens het bouwbesluit maximale omvang van 2500m2 hebben. In combinatie met een rapportage beheersbaarheid van brand zijn nog grotere oppervlakten mogelijk.
Rekenmodel veilig vluchten Bouwbesluit 2012
Het rekenmodel veilig vluchten wat in opdracht van de rijksoverheid door Arcadis is ontwikkeld om vluchtwegen te toetsen is vernieuwd. U kunt het rekenmodule hier downloaden: veilig-vluchten-model-2-05 (Excel-bestand; versie december 2012)
Het vraagt enige oefening, kennis van begrippen en het bouwbesluit om de rekenmodule te gebruiken.
Infoblad Vluchten bij brand – Bouwbesluit 2012
De rijksoverheid heeft een informatieblad gepubliceerd over het onderwerp vluchten bij brand. Dit informatieblad geeft een op de praktijk gerichte toelichting op de toepassing van de voorschriften over veilig vluchten in het Bouwbesluit 2012. De brochure behandelt het vluchten vanuit nieuw te bouwen woonfuncties, logiesfuncties en utiliteitsfuncties die geen gezondheidszorgfunctie of celfunctie zijn.
Het infoblad kan men hier downloaden: infoblad-bouwbesluit-2012-vluchten-bij-brand
Vraagbaak Bouwbesluit 2012
Heeft u een vraag over het Bouwbesluit 2012?
Ondanks dat de bedoeling was dat het nieuwe bouwbesluit eenvoudiger en duidelijker zou moeten zijn, is het nog steeds een ingewikkeld document.
Het kan goed voorkomen dat u bezig bent met een project en niet goed weet hoe u de (nieuwe) bouwbesluit eisen moet toepassen, of misschien heeft u een meer algemene vraag over het bouwbesluit of de toepassing van aanverwante normen.
PelserHartman Bouwadvies geeft u de mogelijkheid gratis uw vragen te stellen. Dit kunt op de volgende manier doen:
- U vult onderstaand contactformulier in. U geeft een korte omschrijving van de situatie en stelt uw vraag.
- Wij beoordelen de vraag, en bekijken of deze binnen 60 minuten te beantwoorden is.
- Wij nemen telefonisch contact met u op. Mogelijk kan de vraag meteen beantwoord worden, anders kan om aanvullende informatie gevraagd worden. (bijvoorbeeld een tekening van de situatie)
- Indien de vraag binnen 60 minuten kan worden beantwoord. Wordt dit kosteloos gedaan. Indien het meer tijd kost om uw vraag te beantwoorden zal voor de advieskosten een offerte worden uitgebracht.
U kunt ons vragen stellen over de volgende onderwerpen:
- Bouwbesluit 2012
- Daglicht volgens NEN2057
- Ventilatie volgens NEN1087
- Spuiventilatie volgens NEN1078
- Energieprestatie volgens NEN7120.
- Milieuprestatie
- Brandveiligheid, veilig vluchten en brandoverslag
PelserHartman staat vrij de inhoud van de vraag (annoniem gemaakt) te gebruiken voor publicaties op het internet.
Omgevingsvergunning en melding brandveilig gebruik Bouwbesluit 2012
Een groot aantal voorschriften over het (ver)bouwen, gebruiken en slopen van gebouwen en andere bouwwerken is samengevoegd in het Bouwbesluit 2012. Het Bouwbesluit 2012 is in de plaats gekomen van het Bouwbesluit 2003, de daarbij behorende ministeriële regeling, het Gebruiksbesluit en een aantal voorschriften uit de gemeentelijke bouwverordeningen. Het bevat ook enkele nieuwe voorschriften. Gebouwen moeten brandveilig worden gebruikt. Hiervoor gelden landelijke regels die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. De regels voor brandveilig gebruik zijn op al het gebruik van toepassing. Voor de meer risicovolle vormen van gebruik is een omgevingsvergunning brandveilig gebruik of een gebruiksmelding nodig. In dit infoblad wordt op die omgevingsvergunning en die melding ingegaan.
Download hier het infoblad: infoblad-omgevingsvergunning-en-melding-brandveilig-gebruik-bouwbesluit-2012
bron: rijksoverheid
Bron:
Buitenopslag brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen Bouwbesluit 2012
Een groot aantal bestaande voorschriften over het (ver)bouwen, gebruiken en slopen van gebouwen en andere bouwwerken is samengevoegd in een geheel nieuw Bouwbesluit: het Bouwbesluit 2012. Dit nieuwe besluit komt in de plaats van het Bouwbesluit 2003, de daarbij behorende ministeriële regeling, het Gebruiksbesluit en een aantal voorschriften uit de gemeentelijke bouwverordeningen. Het nieuwe Bouwbesluit bevat ook enkele nieuwe voorschriften. Sinds 2008 zijn de voorschriften voor de buitenopslag van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen zoals hout, rubberbanden en kunststoffen geregeld in het Gebruiksbesluit. Tot die tijd waren deze eisen te vinden in enkele Algemene maatregelen van bestuur op basis van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer. Vanaf 1 april 2012 zijn de voorschriften voor buitenopslag van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen onveranderd opgenomen in hoofdstuk 7 van het Bouwbesluit 2012. Met deze voorschriften wordt geregeld dat bij een eventuele brand in een dergelijke buitenopslag, nabij gelegen bouwwerken en terreinen voldoende worden beschermd en de brandweer gelegenheid heeft om te blussen.
Download hier het infoblad: infoblad-buitenopslag-brandbare-niet-milieugevaarlijke-stoffen-bouwbesluit-2012
Bron: rijksoverheid
Gebruik van hout in vluchtwegen

Het Bouwbesluit stelt eisen aan de brandeigenschappen van bouwmaterialen om de kans op het ontstaan en de snelle ontwikkeling van brand te beperken. De vluchtrouten in een gebouw moeten lang veilig blijven en hier mag de brand zich niet snel ontwikkelen. De materialen die in een vluchtroute gebruikt worden moeten dan ook voldoen aan strengere voorwaarden inzake de bijdrage tot brandvoortplanting. Dit is vertaald naar de zogenaamde brandklasse van een materiaal dat door de leverancier wordt opgegeven. Over de toepassing van hout in gebouwen en specifiek in vluchtrouten zijn altijd veel vragen gesteld. Wat mag nu wel, en wat mag nu niet?
Centrum Hout heeft hierom een uitgave opgesteld waarin e.e.a. duidelijk staat uitgelegd. De uitgave is reeds uit 2006. In de uitgave wordt echter al gewerkt met de europese brandklasse, zoals die nu ook in het bouwbesluit zijn terug te vinden. U kunt de uitgave hier downloaden: Brandvoorschriften beloopbare oppervlakken
Brandadvies en gebruiksvergunning Weverstedehof te Nieuwegein

Weverstedehof bestaat uit woningen en kantoren. We adviseerden inzake de brandveiligheid en alle noodzakelijke aanpassingen in het kader van de gebruiksvergunningen.
Brandveiligheid, inmeten en NEN2580 certificaten
PelserHartman bracht dit grote complex ook geheel in kaart, omdat er te weinig tekeningen van bestonden. De opdrachtgever bezit veel woningen en kantoren in Nederland en Duitsland. PelserHartman ondersteunt al jaren de afdeling Technisch Beheer. We maakten heldere onderleggers en NEN-2580-certificaten voor een groot aantal gebouwen. Daarnaast zorgen wij dat alle tekeningen altijd up-to-date zijn.
Veel gebouwen voldoen niet aan de eisen voor brandveiligheid.
PelserHartman voert regelmatig en voor steeds meer opdrachtgevers brandscans uit. Brandscans geven inzicht in hoe het is gesteld met de brandveiligheid van bestaande gebouwen.
Het laten uitvoeren van een brandscan is niet verplicht. Wel dienen gebouwen altijd te voldoen aan de eisen voor bestaande gebouwen in het bouwbesluit en aan de eisen voor brandveilig gebruik van bouwwerken in het gebruiksbesluit. Naar aanleiding van recente incidenten is de vraag gerezen hoe het staat met de brandveiligheid van bestaande gebouwen in Nederland. Uit onderzoek blijkt dat er zeer veel gebouwen niet aan de regelgeving voldoen.
PelserHartman constateerde bij veel recente inspecties ook veel verschillende afwijkingen. In veel gevallen was de gebouw eigenaar of gebruiker niet op de hoogte van het feit dat niet aan de regelgeving werd voldaan. In een enkel geval bleek dat directe maatregelen nodig waren om de brandveiligheid op het gewenste niveau te krijgen.
Hieronder enkele voorbeelden van veel voorkomende afwijkingen op de regelgeving:

fig. 1, Verouderde vluchtroute aanduiding

fig. 2, Nieuwe doorvoer door bestaande brandmuur

fig. 3, vluchtdeur geblokkeerd door balk

fig. 4, Niet brandwerende deur in brandscheiding welke tevens wordt opengehouden met een wig.
De hierboven zichtbare afwijkingen op de regelgeving lijken eenvoudig te constateren en op te lossen. Ze komen echter vaak voor. In veel gevallen blijken er ook veel afwijkingen te zijn die minder eenvoudig zijn te constateren. Op de pagina over de brandveiligheidscan vindt u meer informatie.
Seminar ‘Brandveiligheid in bestaande bouw’
Op 6 oktober 2010 organiseerde ‘De Verenigde Brandveiligheid Experts’ (VBE) voor de vierde maal op rij, haar jaarlijks seminar. Dit jaar was het thema ‘Brandveiligheid in bestaande bouw’.
PelserHartman neemt deel aan seminar Brandveiligheid
PelserHartman is lid van ‘De Verenigde Brandveiligheid Experts’ (VBE), hieronder vind u een kort verslag van dit Seminar.
verslag Seminar
Voor veel gebouwbezitters en -gebruikers is de vraag: “Is mijn huisvesting brandveilig en voldoet alles aan de regels?” een belangrijke. In de praktijk blijken de antwoorden vaak niet eenvoudig te geven. De wet- en regelgeving wordt in de praktijk nogal eens verschillend uitgelegd. Vooral als het gaat om bestaande bouw. Daarnaast is het technisch lastig om de bestaande ‘brandveiligheidkwaliteit’ eenduidig vast te stellen of te bepalen, laat staan aan te tonen. Op het seminar werd door enkele sprekers op bovengenoemd onderwerp ingegaan.
De eerste spreker, de heer Hajé van Egmond, ministerie van VROM, ontfermde zich over het wettelijk kader voor de bestaande bouw. Vanuit de overheid zijn de regels gesteld in het bouwbesluit 2003 en het gebruiksbesluit het wettelijk minimum. Een belangrijke constatering is de volgende:
- U dient te bouwen volgens het bouwbesluit 2003 en het gebruiksbesluit, tenzij de vergunning anders toestaat.
- Volgens de wet dient u tijdens de uitvoering te bouwen volgens de verleende vergunning. Is iets niet duidelijk aangegeven in de vergunning dan gelden de voorschriften uit het bouwbesluit 2003.
- Een bouwwerk is bestaand direct na de oplevering/gereedmelding of ingebruikname. Op dat moment gelden de voorschriften van bestaande bouw. De bouwvergunning expireert en is niet meer van toepassing.
- Het bevoegd gezag kan hogere eisen stellen dan die gelden voor bestaande bouw. Dit kan volgens artikel 13 van de woningwet. Indien bijvoorbeeld door een gemeente hogere eisen dan de eisen voor bestaande bouw worden geëist dan dient men dit echter gemotiveerd aan te geven. Er bestaat geen “van rechtens verkregen niveau” als grond voor een aanschrijving of handhaving.
Dit inzicht zorgde voor de nodige commotie en discussie tijdens de pauzes en het diner. In de praktijk zien we in Nederland geregeld dat andere uitgangspunten worden gehanteerd.
De tweede spreker was de heer Rudolf van Mierlo van Efectis Nederland. Hij behandelde de problematiek rond het vaststellen van bestaande brandveiligheidkwaliteit en de aantoonbaarheid ervan. De focus lag vooral op de in Nederland veel uitgevoerde brandveiligheidscans. Dhr van Mierlo gaf aan waar aandachtspunten bij het uitvoeren van de scans zouden moeten liggen, en dat situaties in de praktijk in een brede context moeten worden beoordeeld. Aan de hand van diverse voorbeelden werden allerlei scenario’s besproken.
De 3e spreker betrof De heer Erik Almgren van adviesbureau Bengt Dahlgren uit Zweden. Hij praatte ons bij over de verschillend tussen de Zweedse en Nederlandse wetgeving. In zweden is al langer sprake van een prestatiegerichte wetgeving. In plaats van dat er strakke eisen worden gesteld. Hierdoor wordt bijvoorbeeld Fire Savety Engineering in zweden op grote schaal toegepast. Een interessant betoog over hoe het in Nederland ook zou kunnen.
De 4e spreker is de heer Dirk Smeets van adviesbureau FPC uit België. Hij ging nader in op de toepassingsmogelijkheden van gelijkwaardige brandveiligheid oplossingen en de bijdrage die zij kunnen leveren in bestaande bouw.
De laatste spreker bekeek brandveiligheid met een andere bril. De heer Tom de Nooij van verzekeringsmakelaar MARSH sprak over hoe een verzekeraar vanuit schadebeperking naar bestaande bouw kijkt. Ook gaf hij aan welke aspecten een rol spelen bij het in dekking nemen van een gebouw en het vaststellen van de premie.
Na afloop van de laatste spreker was er nog ruimte voor een borrel. De dag was goed bezocht en het programma interessant. Hoewel ik op sommige onderwerpen wel wat dieper op in had willen gaan. Belangrijkste conclusies voor mij zijn als volgt samen te vatten:
- De eisen waaraan een bestaand gebouw op het gebied van brandveiligheid moet voldoen zijn vanuit de wet minimaal. verstandiger is om gezamenlijk met eigenaar en gebruiker een hoger veiligheidniveau na te streven.
- Het toepassen van Fire Savety Engineering is een goed alternatief voor bestaande regelgeving, maar belangrijk daarbij is wel de complexiteit in de gaten te blijven houden. Met andere woorden: Keep it simple!
Heeft u interesse in de presentaties van de verschillende sprekers, dan kunt u die vinden op de site van de ‘De Verenigde Brandveiligheid Experts’ (VBE).




