PH Bouwadvies

Duurzaamheid

1). In de schijnwerpers

Informatie- en nieuwsberichten met een eigen pagina.

2). Nieuwsberichten

De meest recente nieuwsberichten staan bovenaan.

Houtskeletbouw minst schadelijke bouwmethode

(17-02-2011)

De doorzettende trend naar prefabricage en milieuvriendelijk bouwen in houtskeletbouw biedt de bouw volop kansen. Prefab houtskeletbouwelementen kunnen de faalkosten immers aanzienlijk reduceren. En juist het terugdringen van de faalkosten staat tijdens economische tegenwind volop in de belangstelling.

Volgens een recent onderzoek van PricewaterhouseCoopers liepen de faalkosten vanaf 2001 tot 2009 op van ongeveer 7,7 procent van de totale omzet naar bijna 11 procent. Wat neerkomt op zo`n slordige 5,5 miljard euro. Desondanks slagen aannemers er nog steeds niet in die faalkosten afdoende terug te dringen.

Om de faalkosten te verminderen moeten fouten niet alleen voorkomen worden, maar moeten partijen ook beter communiceren, voorbereiden en afspraken nakomen. Prefab zal de faalkosten aanzienlijk verlagen. Maar er is meer: bij een goede voorbereiding en een hoge mate van prefabricage van de houtskeletbouwelementen kan de bouwtijd naar schatting 30 tot 40 procent korter zijn.

Ten slotte blijkt houtskeletbouw de meest afvalverminderende en minst schadelijke bouwmethode te zijn. Dit komt onder meer door het modulaire bouwen. Eenvoudige details voorkomen veel snijverlies en goede details beperken het gebruik van kit en PUR voor de afdichting.

Bron: Bouwenwonen.net

Europa stelt duurzaam bouwen verplicht

(04-11-2010)

Europa gaat duurzaam bouwen verplicht stellen. De regelgeving zal verwijzen naar Europese normen. Die wijken af van de huidige Nederlandse norm NEN 8006.

Het aanpassen van de Nederlandse data en rekenmethode kan het bedrijfsleven veel geld kosten. “De Nederlandse aandacht voor de ontwikkeling van de Europese normen is te gering”, vindt Agnes Schuurmans van Rockwool Benelux uit Roermond. Zij spreekt op de studiedag ‘Duurzaamheid van bouwwerken’ die het normalisatie-instituut NEN op 1 december houdt in Utrecht. Schuurmans neemt onder meer deel aan de Nederlandse spiegelcommissie voor de Europese technische commissie CEN TC 350. Die commissie stelt normen op voor het bepalen van de duurzaamheidsprestaties van bouwproducten en bouwwerken. “Ik denk niet dat de verhoudingen op de markt door deze normen zullen veranderen, hoewel de partijen wel strijden om hun product er wat beter uit te laten springen. Maar het aanpassen van de rekentools, de database en de MRPI (milieurelevante productinformatie)-bladen aan deze normen kan het Nederlandse bedrijfsleven wel veel geld gaan kosten”, verwacht Schuurmans.

Werk aan de winkel

Volgens Taco van den Broek van NEN wordt de NEN 8006 over de gegevens en de methode in de loop van volgend jaar ingetrokken en verschijnen de EN 15804 en de EN 15978 over het bepalen van de duurzaamheid van bouwproducten en bouwwerken. “Dan is er werk aan de winkel, want veel MRPI-bladen zijn gebaseerd op de NEN 8006. Ook de database met milieugegevens van de Stichting Bouwkwaliteit (SBK) moet op de schop. Een aantal allocaties verschuift en veel waarden moeten opnieuw worden bepaald”, waarschuwt Van den Broek. Volgens hem zijn op Europees niveau de grote beslissingen genomen en beperkt de besluitvorming zich nog tot de juiste omschrijving, het bepalen, het uitwerken van de systeemgrenzen en het toekennen van gewichten aan de indicatoren. “Daar wordt hevig over gediscussieerd. Het gaat om de hele levenscyclus van alle bouwproducten en bouwwerken, inclusief de bouw- en de sloopfase”, aldus Van den Broek.

Definitieve stemming

De EN 15804 en de EN 15978 zullen alleen in het Nederlands worden vertaald als de marktpartijen daar geld voor over hebben, meldt Van den Broek. Over vijf maanden komt de plenaire CEN CT 350 bijeen voor de ‘formal vote’, de definitieve stemming. In een vorige vergadering heeft de commissie de indicator ‘total material requirement’ (TMR, het gewicht van de totale hoeveelheid benodigd materiaal) laten vallen en de voor de Nederlandse situatie belangrijke indicator ‘abiotic depletion potential’ (ADP, de mate van uitputting van een niet-organische stof) behouden. De Europese Construction Product Directive (CPD) wordt vervangen door de Construction Product Regulation (CPR). Duurzaam bouwen wordt een ‘basic work requirement’, een voorgeschreven vereiste. Van den Broek verwacht een verplichte toepassing van de door CEN TC 350 ontwikkelde normen. Schuurmans voegt toe dat de lidstaten van de Europese Unie de hoogte van de prestatie-eisen zullen bepalen, maar de indicatoren en de bepalingsmethoden zijn dan tenminste uniform. Zij vindt het voor de hand liggen dat de Europese Commissie een indicator van de normcommissie aan de CPR zal koppelen. Het kan gaan om andere indicatoren dan in Nederland worden gebruikt. “Wij kijken hier alleen naar de milieueffecten uit de LCA. In andere landen worden andere indicatoren gebruikt. De Europese markt vraagt echter om een uniforme bepaling en weergave van de milieuprestaties”, aldus Schuurmans. De verhoudingen zullen niet zozeer veranderen. “Het gaat om een andere rekenwijze.”

Eenduidigheid in begrippen duurzaam bouwen

(19-10-2010)

Er komt meer eenduidigheid en transparantie in het gebruik van termen met betrekking op duurzaam bouwen, zoals energieneutraal, CO@-neutraal en klimaatneutraal. Het rapport ‘Uitgerekend Nul’ van Agentschap NL stelt hierover orde op zaken.

Het biedt een leidraad voor eenduidig gebruik van begrippen en de onderliggende berekeningswijze. Belangrijkste uitkomst: gebruik de term ‘energieneutraal’ als het om de prestaties van een gebouw gaat, gebruik de term ‘CO2-neutraal’ voor de prestaties van een organisatie en gebruik de term ‘klimaatneutraal’ bij voorkeur niet.

Bij de ontwikkeling van een gebouw wordt steeds vaker een energieambitie of CO2-doelstelling afgesproken. Doordat het gebruik van de terminologie hiervoor vrij is, is er echter weinig zicht op de feitelijke betekenis van deze ambities en de wijze waarop deze worden vastgesteld. Wat reken je wel en wat niet bij een energieneutraal gebouw? Gaat het om het gebouw of om de organisatie? En worden behalve het gebouwgebonden energiegebruik ook het gebruikersgebonden- en materiaalgebonden gebruik meegenomen?

Definities

De rapportage ‘Uitgerekend Nul’ stelt de volgende afspraken voor:

  • Gebruik de term ‘energieneutraal’ als het om de prestaties van een gebouw gaat. Het energiegebruik wordt primair bepaald door het ontwerp en de inrichting van een gebouw. Het gaat om de Mega Joules in de vorm van gas, elektriciteit en warmwater. De CO2-uitstoot die daarmee gepaard gaat is een afgeleide. De energievraag wordt bepaald op basis van het gebouwgebonden en gebruikersgebonden energiegebruik.
  • Gebruik de term ‘CO2-neutraal’ voor de prestaties van een organisatie. De term CO2-neutraal is breder en dekt onderwerpen als energiebesparing in gebouwen, CO2-reductie met betrekking tot mobiliteit, inzet van duurzame energie en CO2-compensatie.
  • Gebruik de term ‘klimaatneutraal’ bij voorkeur niet. Klimaat is veel breder dan alleen energie of CO2, het raakt aan duurzaamheid in de volle breedte.

Bekijk hier de rapportage ‘Uitgerekend Nul’ van Agentschap NL.

Energieverbruik gebouwen vanaf 2020 bijna 0

(09-09-2010)

Nieuwe gebouwen mogen vanaf 2020 bijna geen energie meer verbruiken en de energie die nog nodig is, moet uit duurzame bronnen komen. Dat schrijft nieuwe Europese wetgeving voor. Ook voor het energielabel staan veranderingen op stapel, per eind 2012.

Zo moeten lidstaten gaan handhaven op energielabels en sancties opleggen wanneer die er niet zijn. Tot nu toe stelt maar ongeveer 15 procent van de huizenverkopers een energielabel op. Dat zou onder meer komen omdat er geen sancties zijn voor het niet hebben van een label. Ook moet de kosteneffectiviteit van energiebesparende maatregelen worden vermeld.

Renovatie

Een andere wijziging is dat lidstaten vanaf 2013 energieprestatie-eisen moeten vastleggen voor bestaande gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan. Tot dusver gelden dergelijke eisen behalve voor nieuwbouw alleen voor renovatie van gebouwen die groter zijn dan 1000 m2.

Verder moeten lidstaten over een aantal jaren eisen stellen aan technische gebouwsystemen (zoals verwarming-, warm tapwater- en airconditioningsystemen) en is een periodieke keuring van verwarming- en airconditioningsystemen vereist.

EPBD

Een en ander is het gevolg van een herziening van de EPBD (Europese richtlijnen voor energiebesparing in de gebouwde omgeving). De huidige wetgeving op dit gebied ging van kracht in 2006. Meest belangrijke onderdeel destijds was de invoering van het energielabel voor woningen en gebouwen.

De Europese lidstaten moeten de nieuwe richtlijn binnen 2,5 jaar implementeren. Het programma EGO van Agentschap NL voert de implementatie uit in Nederland voor het ministerie van VROM/WWI.

(Bron: AgentschapNL)

Subsidie op isolatieglas stopt

(03-09-2010)

Aanvragen gaat via een waardebonsysteem, eigenaar/bewoners of VVE vragen met hun DigiD-code een waardebon aan, deze bon wordt ingeleverd bij de glaszetter. De glaszetter kan de subsidie in mindering brengen op de rekening, of terugbetalen wanneer hij het geld van Agentschap NL heeft ontvangen.

 

PH Bouwadvies